125 jaar Van Gogh Inspiratie wedstrijd

Van Gogh inspiratiewedstrijd  20-11-2015 –  24-1-2016

Rein Mulder  over Van Gogh inspiratiewedstrijd over de duizend inzendingen 4 plaats in publiek stemmen, mooie cadeau’s gehad van Breda’s Museum.

De jury bestaat uit Marianne Kraster van Royal Talens, Van Gogh-specialisten Teio Meedendop , Rebecca Nelemans, Ron Dirven, Frank van den Eijnden en Raoul Locht.

De Brabantse stad Breda heeft een rijke geschiedenis. In het Breda’s Museum zie je de kunst- en cultuurgeschiedenis van Breda en omgeving én die van het Bisdom Breda. Het museum bestaat uit vier locaties. De hoofdlocatie is de voormalige Chassékazerne. In dit stijlvolle oude pand, gebouwd in 1899, sliepen vroeger de soldaten, maar is tegenwoordig een indrukwekkende collectie te bekijken. Je ziet hier schilderijen, religieuze voorwerpen, historische stukken, keramiek, oud speelgoed, textiel en foto’s. Het museum heeft een hele grote collectie en verspreid over de vier locaties van het museum ontdek je steeds een stukje meer van Breda. De andere locaties zijn in de Grote Kerk van Breda, aan het Begijnhof en de Buitenpost Holland Casino. Het Begijnhof Museum laat de leefwereld van de begijnen zien en in de Grote Kerk bekijk je de oorspronkelijke collectie devote kunst. Behalve de kunst uit vroeger tijden zijn er in het Breda’s Museum ook tentoonstellingen van hedendaagse kunst en fotografie. Zo is er het tweejaarlijks festival Breda Photo, waarvan het Breda’s Museum het middelpunt vormt. Voor de kinderen is het Breda’s Museum ook een leuk dagje uit. Er zijn verschillende kindertentoonstellingen, met thema’s als de Tachtigjarige Oorlog en de Beeldenstorm. Zo steken ze ook nog wat op van een dagje uit!

Stuk biografie Van Gogh

IMG_3442

Rein Mulder met Vlinderdoek werd 4 plaats in inspiratie wedstrijd Van Gogh Breda’s Museum en hing er twee maanden 24-11-2015 tot 24-1-2016

Biografie

Jonge jaren

 

Vincent van Gogh, 1866

 

Theo van Gogh in 1888

Van Gogh werd geboren in het Brabantse Zundert, een dorpje vlak bij de Belgische grens, als zoon van de predikant Theodorus van Gogh en Anna Cornelia Carbentus. Precies een jaar voor zijn geboorte hadden zij ook al een zoon gekregen die zij Vincent noemden, hoewel hij doodgeboren was. In totaal kreeg het echtpaar drie meisjes en drie jongens, onder wie Theo, die vier jaar na Vincent geboren werd. Als kind was Vincent een zwijgzame, enigszins in zichzelf gekeerde jongen. Op zijn achtste ging hij naar de dorpsschool, maar het jaar daarop werd hij al weer van school gehaald. In plaats daarvan kreeg hij thuisonderwijs. Per 1 oktober 1864 ging Vincent naar dekostschool van Jan Provily in Zevenbergen waar hij twee jaar verbleef. Hij leerde er Frans, Engels en Duits. Op 15 september 1866 werd hij ingeschreven aan de Rijks HBS Koning Willem II te Tilburg gevestigd in het voormalige paleis van Koning Willem II en het huidige Paleis-Raadhuis van Tilburg. In het tweede jaar werd hij van school gehaald, mogelijk omdat zijn vader de school niet kon betalen.

Op zijn zestiende werd Vincent jongste bediende bij het Haagse filiaal van de internationale kunsthandel Goupil & Cie op de Plaats. Oorspronkelijk was dit de kunsthandel van zijn oom Vincent van Gogh, die vervolgens partner was geworden van de kunsthandel Goupil in Parijs. In 1872 begon Vincent te corresponderen met zijn jongere broer Theo. Deze correspondentie zou hij zijn hele leven volhouden en vormt een bron van informatie over Van Goghs leven en zijn artistieke ontwikkeling. Op voorspraak van zijn oom kwam Theo per 1 januari 1873 ook in dienst van Goupil & Cie, in het filiaal te Brussel. In juni van dat jaar werd Vincent in het filiaal te Londen geplaatst. Hij werd verliefd op de dochter van zijn hospita, maar ze was al verloofd met een andere kostganger en Vincent maakte een depressieve periode door.

In 1873 was hij korte tijd werkzaam op het hoofdkantoor in Parijs, en vervolgens weer op het filiaal te Londen. In 1874 werkte Vincent nogmaals korte tijd op het hoofdkantoor. Hij bezocht in Parijs musea en kunstgalerijen en maakt er kennis met de poëtische boerentaferelen van Jean-François Millet en de realistische plattelandstaferelen van Jules Breton. Zijn depressie hield aan, zijn belangstelling voor de kunsthandel verflauwde en per 1 april 1876 werd hij ontslagen. Zijn oom Vincent was diep teleurgesteld in zijn neef en trok zijn handen van hem af. Vincent werd onderwijzer in Ramsgate en vervolgens onderwijzer aan een kostschool en hulpprediker in Isleworth. Op 4 november hield hij zijn eerste preek.

Vanaf januari 1877 was hij weer in Nederland. Hij werkte korte tijd in een boekhandel te Dordrecht en in mei verhuisde hij naar Amsterdam om zich voor te bereiden op het staatsexamen, dat hem toegang zou verschaffen tot de studie theologie. Hij logeerde bij zijn oom Johannes van Gogh, die commandant was van de Amsterdamse marinewerf. Vincent haakte in 1878 af, zonder staatsexamen te hebben gedaan, onder meer te wijten aan zijn desinteresse in de Latijnse en Griekse taal. Hij volgde een korte opleiding op een zendelingenschool te Laken bij Brussel.

Borinage

Ruïnes (2013) van de Charbonnages de Marcasse

 

Huis waar Vincent van Gogh verbleef in Wasmes

In december 1878 werd Van Gogh naar Petit-Wasmes in de Borinage gestuurd, waar hij op 1 februari 1879 aan een proefperiode als lekenprediker tussen de mijnwerkers begon. Hij werkte er in bittere armoede en was depressief. Deze crisissen zouden het verder verloop van zijn leven bepalen. Hij woonde in een barak en sliep op stro. Hij voelde de ontberingen van de mijnwerkers diep aan. Hij wilde zich met hen vereenzelvigen, en in april 1879 daalde hij zelfs af in een kolenmijn van de Charbonnage de Marcasse tot op 700 meter diepte.[2] Toch bleef hij, zelfs al had hij slachtoffers van een mijn gasontploffing verpleegd, voor hen maar een buitenstaander, een vreemde eend in de bijt.

In de zomer van 1879 kreeg hij een waterverfdoos opgestuurd door zijn vroegere overste bij Goupil & Co in Den Haag. Hiermee bewerkte hij een eerdere potloodtekening over de cokesfabriek in Flénu waarop hij de kleuren met potlood had aangeduid.

Hij werd ook, na zes maanden, in 1879 afgewezen als lekenpredikant door de protestantse gemeenschap in Petit-Wasmes wegens te fanatiek en te moeilijk in de omgang. Hij ging in augustus 1879 te voet naar Brussel om raad te vragen aan dominee Pieterson. Daarna probeerde hij het als bijbelcolpolteur in Pâturages en legde hij ziekenbezoeken af in Wasmes.

Tenslotte was hij ten einde raad en zijn familie was diep teleurgesteld in hem. Het idee begon te rijpen dat hij zijn zoektocht naar kennis van God kon ombuigen in een zoektocht naar zelfkennis. Hij voelde dat hij toch ergens goed voor was en wilde ontsnappen uit deze ellendige periode. Hij las veel in het Frans, onder meer Les temps difficiles (Parijs, 1869) door Charles Dickens, L’Imitation de Jésus Christ van Thomas a Kempis, William Shakespeare (Parijs, 1864) door Victor Hugo; in het Engels las hij The Pilgrim’s Progress (Londen, 1877) door John Bunyan en Uncle Tom’s Cabin (Londen, 1852) door Harriet Beecher Stowe. Dergelijke lectuur toont duidelijk aan dat hij intellectueel op een hoog peil stond.

Tijdens de periode in de Borinage voelde hij dat hij een kunstenaarsroeping kon hebben. Hij leerde, als autodidact, het tekenen aan de hand van handboeken over perspectief en anatomie, zoals die van Armand Cassagne(Traité d’Aquarelle (1875), Traité pratique de perspective (1866) en Eléments de perspective) en twee tekencursussen door Charles Bargue. Hij maakte veel expressieve en eigenzinnige, maar toch wat stuntelige, schetsen en tekeningen van het buitenleven, mijnwerkers en mensen van eenvoudige komaf. Hierbij liet hij zich ook inspireren door meesters als Rembrandt en Millet, van wie hij tijdschriften met kopieën had gekregen van zijn broer Theo, zoals “De maaier met sikkel” (1880) (collectie van museum in Japan).

“De Spitters” (naar Millet) (1880)

In de zomer van 1880 maakte hij een voettocht van 70 kilometer van Cuesmes naar het Noord-Franse Courrières. Hij wilde er de barbizonschilder Jules Breton ontmoeten om er zijn tekeningen te tonen, maar toen hij voor zijn deur stond durfde hij niet aankloppen. Op de terugweg zag hij mooie “weversdorpen”, een motief dat later vaak zou terugkomen in zijn werken. Hierna beschouwde hij de meeste van zijn tekeningen als mislukt en gooide ze weg. Hierdoor zijn er niet veel werken uit deze periode overgebleven. “De Spitters (naar Millet)” (collectie van de stad Bergen) is een van de weinige tekeningen die uit die tijd bewaard zijn gebleven. Een ander werk is de houtskooltekening “Maison Magros”, geschonken aan zijn Charles Decrucq, zijn huisbaas in Cuesmes bij wij hij drie maanden woonde (nu in het National Gallery of Art, Washington).

Op aanraden van zijn broer Theo vertrok hij hierna naar Brussel met het voornemen kunstenaar te worden.

Bron internet.

 

 

 

 

 

 

Koning ontvang Boek 2016

    Foto’s Hanneke Mulder familie album. , ISBN 978-94-92055-27-9, 2016 Auteur Rein Mulder jr Boek van mijn vader word uitgegeven door Nabij Producties uitgeverij van het boek. Nijkerk. http://www.eci.nl/boeken/een-amsterdamse-jongen-in-oorlogstijd-rein-mulder-9789492055279 om pakkende boek te bestellen. Word uitgereikt op veteranen dag 2016. Beste lezers Het boek van mijn vader die na…

Continue reading

Rein Mulder en Ton Mulder Amsterdamse jongens 1940-1945 ondergedoken

43358195

Deze galerie bevat 6 foto's.

                     Rein Mulder en Ton Mulder Amsterdamse jongens 1940-1945 ondergedoken boek uit Nabij Producties uitgever,   auteur Rein Mulder. Foto’s Hanneke Mulder Goede uit familie album 1940-1945   Komt een boek uit eind april 2016 een pakkend boek. , ISBN 978-94-92055-27-9,…

Continue reading